Terug naar Nummer 3, Dec 2020
Nummer 3, Dec 2020
Project in beeld

Vensters op de Wereld

‘Groter wereldbeeld en meer kansen voor Zaanse kinderen’

Het programma Vensters op de Wereld biedt leerlingen van zeven basisscholen in Zaanstad verlengde leertijd. Daarin krijgen zij de kans hun vaardigheden, talenten en wereldbeeld te vergroten. Het is onderdeel van een in de gemeente breed gedragen pact om diverse problematieken in de wijken Poelenburg en Peldersveld integraal aan te pakken. Vensters op de Wereld wordt door VSBfonds ondersteund met een donatie van 550.000 euro over een periode van drie jaar.

De zeven scholen maken deel uit van drie verschillende schoolbesturen die met Vensters op de Wereld de handen ineen hebben geslagen: Agora (bijzonder onderwijs), Zaan Primair (openbaar onderwijs) en SIOZ (islamitisch onderwijs). ‘Aanleiding zijn de problemen in voormalig Vogelaarwijken Poelenburg en Peldersveld’, vertelt Maarten Catney, projectleider Verlengde Leertijd Poelenburg/Peldersveld van Agora. In verhouding tot andere wijken in Zaanstad wonen hier meer gezinnen waar armoede is en waar de Nederlandse taal onvoldoende wordt beheerd. Het is van invloed op de leerresultaten van kinderen en maakt dat het leven van veel kinderen zich voornamelijk afspeelt binnen de eigen wijk. Dat laatste maakt dat zij een beperkt wereldbeeld hebben en daarmee ook een beperkte kijk op hun eigen mogelijkheden en kansen. Bovendien trekken gezinnen hier weg als het hen financieel beter gaat, waardoor de levensstandaard binnen de wijken al vele jaren niet verbetert.’

Talenten ontdekken, wereldbeeld vergroten

Met Venster op de Wereld willen de deelnemende scholen de ontstane kansenongelijkheid aanpakken. Dat gebeurt via verlengde leertijd van twee en half uur per week. ‘Leerlingen leren daarin meedenken- en praten over dillema’s, ontdekken hoe ze kunnen samenwerken, krijgen inzicht in de Nederlandse maatschappij, oriënteren zich op de wereld en maken kennismaken met bijvoorbeeld techniek, kunst en cultuur’, legt Catney uit. ‘Gaandeweg ontdekken zij hun talenten en ambities en krijgen zij een beeld van wat zij later in hun leven en de maatschappij kunnen bereiken en betekenen.’

‘De lessen worden gegeven door muzikanten, kunstenaars, sportcoaches en techniekdocenten.’

Mensen van buitenaf

Binnen Vensters op de Wereld wordt gewerkt vanuit vier thema’s: auditief, visueel, technisch en fysiek. ‘Weliswaar vinden de meeste lessen verlengde leertijd bij Agora nu nog na de reguliere schooltijd plaats, maar we gaan deze op korte termijn integreren in de reguliere lestijd, die daarmee gewoon in totaal met twee en half uur wordt verlengd. Bij Zaan Primair en SIOZ zijn de extra lessen al wel meer opgenomen in het huidige lesrooster. Deze lessen worden gegeven door anders bevoegden. Denk aan muzikanten, beatboxers, buurtsportcoaches en techniekdocenten uit het Zaanse voorgezet onderwijs. We hebben hen een uitgebreid voorbereidingsprogramma geboden.

‘Een schuchtere leerling met taalachterstand bleek ineens geweldige rapteksten te kunnen schrijven en daarmee trots het podium te durven kiezen.’

Op weg naar integratie

Met de integratie in het reguliere onderwijsprogramma, ontstaan volgens Catney tal van nieuwe, aantrekkelijke mogelijkheden. ‘Denk aan het samen ontwerpen van een virtueel dorp, waar je met een VR-bril doorheen kunt lopen. Lessen taalvaardigheid kunnen bijvoorbeeld doorgetrokken worden naar het schrijven van een rap. Dat levert soms verrassende ontdekkingen op. Een wat schuchtere leerling met een flinke taalachterstand bleek ineens geweldige rapteksten te kunnen schrijven en daarmee trots het podium te durven kiezen.’

Educatieve kruisbestuiving

De integratie levert volgens Catney ook voordelen op voor de mensen die voor de klas staan. ‘De nieuwe docenten ontdekken het belang van een goede pedagogisch-didactische aanpak. Omgekeerd kijken de nieuwe docenten weer vanuit andere perspectieven naar de kinderen en hun verborgen talenten en kiezen zij vaak voor inspirerende vormen om met hen te werken. De kruisbestuiving die hierdoor ontstaat, komt ten goede aan het onderwijs en is daarmee ook weer goed voor de ontwikkeling van de leerlingen.’ Ook verdwijnt met de zojuist genoemde integratie de term ‘verlengde leertijd’. ‘En dat is belangrijk, omdat het niet om wat vrijblijvende extra clubjes na schooltijd gaat’, benadrukt Catney. ‘Met Vensters op de Wereld willen we serieus voor de kinderen in Poelenburg en Peldersveld het verschil gaan maken.’

Eerste ervaringen

Na een intensieve aanloopperiode, die ook nog eens samenviel met de eerste coronagolf, zijn de eerste ervaringen positief. ‘Ons vaste docentencorps en hun nieuwe collega’s weten elkaar steeds beter in samenwerking te vinden. Veel kinderen zie je genieten en stralen. Je merkt dat het goed voelt dat zij groeien en nieuwe ontdekkingen doen waarmee zij zich kunnen en mogen laten zien. Natuurlijk zijn er ook ouders die zichzelf en hun kind niet herkennen in het begrip ‘achterstand’. Of praktisch denken: dit is beter dan dat mijn kind achter de Playstation zit. Maar steeds meer ouders zien in dat Vensters op de Wereld een manier is waarop hun kinderen meer kansen krijgen en zich verder kunnen ontplooien.’

Blik achter de schermen bij de verlengde leertijd op een van de Zaanse scholen? Bekijk onderstaande video.

I.v.m. de privacy van de kinderen zijn hun gezichten in de video onherkenbaar gemaakt.

De zeven scholen maken deel uit van drie verschillende schoolbesturen die met Vensters op de Wereld de handen ineen hebben geslagen: Agora (bijzonder onderwijs), Zaan Primair (openbaar onderwijs) en SIOZ (islamitisch onderwijs). ‘Aanleiding zijn de problemen in voormalig Vogelaarwijken Poelenburg en Peldersveld’, vertelt Maarten Catney, projectleider Verlengde Leertijd Poelenburg/Peldersveld van Agora. In verhouding tot andere wijken in Zaanstad wonen hier meer gezinnen waar armoede is en waar de Nederlandse taal onvoldoende wordt beheerd. Het is van invloed op de leerresultaten van kinderen en maakt dat het leven van veel kinderen zich voornamelijk afspeelt binnen de eigen wijk. Dat laatste maakt dat zij een beperkt wereldbeeld hebben en daarmee ook een beperkte kijk op hun eigen mogelijkheden en kansen. Bovendien trekken gezinnen hier weg als het hen financieel beter gaat, waardoor de levensstandaard binnen de wijken al vele jaren niet verbetert.’