Dat juist vrouwen met een migratieachtergrond vaak hoge drempels ervaren om volwaardig aan te haken in de Nederlandse samenleving, weet oprichtster Jamila Talla uit eigen ervaring. Een gesprek daarover, samen met haar dochter Tahmina Ashraf, sinds enkele jaren directeur van Voice of all Women.
‘Ik kom uit Afghanistan en werkte daar als projectfinancier aan emancipatieprojecten voor UNICEF’, vertelt Jamila. ‘In 1998 moest ik vluchten en kwam ik in Nederland terecht in een totaal andere realiteit: die van gevluchte, afhankelijke en kwetsbare vrouw. Of je nu hoogopgeleid bent of niet, aansluiting vinden in een nieuw land met een andere cultuur, normen en waarden is enorm lastig. Bovendien neem je trauma’s en angsten uit je land van herkomst mee.’
Krachtige verbondenheid
In haar nieuwe woonplaats Rotterdam ging Jamila in gesprek met andere Afghaanse vrouwen. ‘Voorzichtig vertrouwen winnen en verhalen delen’, legt ze uit. ‘Zo ontstond steeds meer herkenning en onderlinge verbondenheid. Het praatte zich rond en steeds meer vrouwen sloten zich aan.’ Na jaren van vrijwillige inzet groeide rond 2005 de behoefte om dit werk te formaliseren. ‘Dat werd stichting Voice of Afghan Women. Omdat steeds meer vrouwen van verschillende achtergronden en leeftijden aanhaakten, veranderden we in 2020 de naam in Voice of all Women.’